Sommige mensen ontdekken muziek. Bij Elrik – één van onze Vinyleers – was het er gewoon altijd. Zoals ademhalen. Zoals bewegen. Maar er was wel een moment waarop alles op z’n plek viel.
Een trein. Een discman. En één album.
Wat hij zag toen hij luisterde
Hij was vijftien. Onderweg naar zijn oma. In zijn tas: een gloednieuwe discman, gekregen van zijn vader. En één cd, die hij net zelf had uitgekozen bij een winkel op Den Haag Centraal: Moby – Play.
Hij ging zitten. Koptelefoon op. De trein begon te rijden.
En toen gebeurde het.
Terwijl het landschap voorbij schoof, ontvouwde zich een andere wereld in zijn oren. Geen losse nummers, geen achtergrond. Maar een verhaal. Ritme, sfeer, gevoel – een soundtrack voor alles wat hij zag en voelde.
Dat moment bleef. Niet de cd. Niet de trein. Maar het besef: muziek kan alles veranderen.
Vanaf die dag ging muziek niet meer met hem mee – hij ging met de muziek mee.
De klank van vroeger
Die treinreis was het begin van iets nieuws. Maar de eerste zaadjes waren al veel eerder geplant.
Hij groeide op tussen de klanken. Klassiek. Folk. Psychedelische rock uit de kast van zijn ouders. Muziek die ruimte liet, verhalen vertelde – soms zacht, soms eindeloos uitgesponnen. Muziek waarvan hij de gelaagdheid pas later begreep.
Maar hij genoot van de klanken en van het gevoel dat ze opriepen. Geluid waar hij meer van wilde, en dat hij wilde delen. Op zijn zesde kreeg hij een cassettedeck. Bandjes die hij bleef omdraaien, steeds opnieuw. Hoe vaak hij een kant ook had gehoord, telkens ontdekte hij weer iets nieuws.
Eén geluid sprong eruit: de viool. De kleine Elrik besloot resoluut: dit wil ik. Dit moet. Na lang zeuren mocht hij op les – omdat het zo mooi klonk. Omdat het iets losmaakte.
De eerste maanden waren zwaar – bloed, zweet en tranen – maar hij hield vol. Hij kwam in een orkest, en twee jaar later had hij zijn eerste ‘gig’ op televisie, bij Telekids. Trots, trillend, spelend.
Toen kwam er nog meer muziek de woonkamer in: MTV. Videoclips van The Prodigy en Fatboy Slim. Dansen met je vriendjes, alsof je leven ervan afhangt.
Het was nooit óf-óf. Het was én-én. Viool én Firestarter. Stilte én explosie.
Verzamelen om te delen
Rond zijn achttiende kreeg hij van zijn vader twee draaitafels en een mixer. Van zijn tante een stapel platen. De liefde voor vinyl was geboren – een liefde op het eerste geluid.
Hij oefende met hiphop en breakbeats, en plukte platen uit de kast van zijn vader om mee te scratchen. Soms iets té enthousiast – een originele persing van Electric Ladyland overleefde het niet.
En zoals dat gaat bij Elrik: als hij ergens in duikt, dan volledig.
Zijn snowboardcarrière – jarenlang op één – moest plaats maken voor het draaien. Wat als passie begon, groeide uit tot werk. Van jazzfestivals tot clubnachten, van oefensessies tot buitenlandse sets. Altijd op zijn manier: eclectisch, nieuwsgierig, met hart en ziel.
Platen kwamen en gingen. De collectie groeide. Maar hij was nog steeds geen verzamelaar in de klassieke zin. Zeldzaamheid zei hem weinig.
Wat telt, is wat een plaat met je doet. Wat je hoort, wat je voelt, wat je onthoudt.
Wat muziek je vertelt
Een plaat klinkt anders dan een playlist. Je houdt ‘m vast. Schuift ‘m uit de hoes. Laat de naald zakken. En dan luister je. Geen shuffle. Geen haast. Alleen geluid en jij.
Voor Elrik zit daar het verschil.
In het ritueel. In de ruimte die muziek inneemt als je haar toelaat. Een album is geen verzameling tracks – het is een verhaal. En elk verhaal vraagt om tijd.
Zijn platenkast is geen museumkast vol trofeeën.
Het is een landschap van herinneringen. Van keuzes. Van nieuwsgierigheid.
Niet om te bezitten, maar om steeds opnieuw te verkennen.
Wat er nog komt
Sommige dingen hoef je niet voor jezelf te houden om ze helemaal van jou te laten zijn. Muziek is er zo één.
Voor Elrik gaat het niet om wat hij heeft, maar om wat hij nog gaat vinden. Een vergeten stem, een nieuwe groove, een plaat die ineens binnenkomt. Je weet nooit wat er op je pad komt.
En juist dat maakt het zo mooi.
Bij Vinyleers delen we die verwondering. Niet om vast te houden wat je kent, maar om mee te gaan met wat zich laat horen. Te delen. Te draaien. Te voelen.
We blijven luisteren. Naar muziek. Naar elkaar. En wat we vinden, geven we door.